Auteur: | Categorie: Transport Nieuws |

Al 10 jaar moeten wegvervoerondernemers onder andere over de vereiste betrouwbaarheid beschikken om in de Europese Unie actief te mogen zijn. Zo is het doel van de verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees parlement en de Raad van 21 oktober 2009 gemeenschappelijke regels vast te stellen betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen.

 

  1. Wat wordt met ‘betrouwbaarheid van de wegvervoerondernemer’ bedoeld?
  2. Waarom is het zo belangrijk om deze betrouwbaarheidsstatus te krijgen?
  3. Welke inbreuken leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus?
  4. Hierdoor wordt het risico om de betrouwbaarheidsstatus te verliezen groter.
  5. Hoe kan een bedrijf de betrouwbaarheidsstatus als wegvervoeronderneming krijgen?

 

Wat wordt met ‘betrouwbaarheid van de wegvervoerondernemer’ bedoeld?

Volgens de verordening moet een vervoersondernemer niet veroordeeld zijn geweest voor een ernstig strafbaar feit en hem geen sanctie zijn opgelegd voor zware inbreuken, met name op de communautaire wetgeving inzake het wegvervoer.

Wanneer een wegvervoeronderneming in minimaal één lidstaat voor zeer ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving wordt veroordeeld, zou dat moeten leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus, waarbij dient te worden aangetekend dat de bevoegde instantie zich ervan moet hebben vergewist dat een naar


behoren afgewikkelde en gedocumenteerde onderzoeksprocedure met inachtneming van processuele grondrechten is gevolgd alvorens haar definitieve beslissing genomen


wordt, en dat de nodige beroepsmogelijkheden geboden zijn.

Waarom is het zo belangrijk om deze betrouwbaarheidsstatus te krijgen?

Nog relevanter is de genoemde vereiste uit 2016 na het invoeren van de verordening voor de classificatie van ernstige inbreuken op de Europese voorschriften, die tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus van de vervoersondernemer kunnen leiden. Volgens de Europese richtlijn houdt het Poolse inspectoraat-generaal voor het wegverkeer (GITD) sinds 30-11-2017 het nationale elektronische register van wegvervoerondernemingen (KREPTD) met de volgende drie registratiecategoriën bij:

  • Bedrijven die aan de voorwaarden om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen hebben voldaan;
  • Ernstige inbreuken volgens art. 6 lid 1 b van de verordening (EG) 1071/2009;
  • Personen die ongeschikt zijn verklaard om de leiding te hebben over de vervoersactiviteiten van een onderneming zolang de betrouwbaarheidsstatus van deze personen niet is hersteld volgens artikel 6, lid 3 van de verordening (EG) 1071/2009.

 

Welke inbreuken leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus?

Het is goed om te weten wat in de wet als ernstige inbreuk wordt geclassificeerd. De verordening (EU) 2016/403 van de Commissie waar de Wet op het wegvervoer betrekking op heeft, bevat een lijst van categorieën, soorten inbreuken op de wetgeving van de Unie en de zwaarte daarvan. Daarin bevindt zich een tabel die in drie ernstcategorieën is ingedeeld overeenkomstig het eventuele risico op overlijden of ernstige verwondingen:

  • MSI = ernstigste inbreuk;
  • VSI = heel ernstige inbreuk;
  • SI = ernstige inbreuk.

Verder is voor inbreuken op de voorschriften van de verordening (EG) nr. 561/2006 en de verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad 165/2014 de aanvullende ernstcategorie ‘kleine inbreuk’ (MI) ingevoerd.

Als een wegvervoerondernemer in welke lidstaat van de EU dan ook een als ernstigste ingedeelde inbreuk (MSI) pleegt, kan het inspectoraat volgens de wetgeving binnen een jaar tot inleiding van een procedure voor het beoordelen van de betrouwbaarheid besluiten.

Bovendien worden ernstige en heel ernstige inbreuken (SI en VSI) bij herhaaldelijk voorkomen als ernstigere inbreuken gezien. Bij de berekening van de frequentie van herhaalde inbreuken houden de lidstaten rekening met de volgende factoren: ernst van de inbreuk, periode (ten minste één lopend jaar vanaf de datum van een controle), het aantal bestuurders dat wordt ingezet voor de door de vervoersmanager geleide vervoersactiviteiten (gemiddelde per jaar).

 

Hierdoor wordt het risico om de betrouwbaarheidsstatus te verliezen groter.

De gegevens van het Poolse inspectoraat-generaal GITD dragen bij aan het bewijs van de inbreuken en daardoor is het verliezen van de betrouwbaarheidsstatus absoluut reëel. Tussen september 2017 (toen de nieuwe wetgeving al van kracht was) en eind 2018 zijn in totaal 261 procedures voor het voldoen aan de eisen voor de betrouwbaarheidsstatus ingeleid:

  • 46 in 2017 (geen enkele procedure eindigde met een administratieve beslissing over het verlies van de betrouwbaarheidsstatus)
  • 215 in 2018 (daarvan werden in eerste instantie 13 beslissingen over het verlies van de betrouwbaarheidsstatus genomen)

Tot een paar jaar geleden zagen veel wegvervoerondernemers de vereiste betrouwbaarheid nog als een ‘nietszeggend’ voorschrift dat in feite geen invloed had op de transportvergunning. Maar de meest recente wetswijzigingen en vooral de handhaving daarvan tonen aan dat deze bepalingen serieus genomen moeten worden. Sinds deze wetswijziging van kracht geworden is, worden niet alleen steeds meer processen tegen wegvervoerondernemers die een inbreuk plegen ingeleid, maar leiden deze processen ook steeds vaker tot de beslissing dat niet aan de voorwaarden om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen is voldaan.

 

Hoe kan een bedrijf de betrouwbaarheidsstatus als wegvervoeronderneming krijgen?

Onder verwijzing naar art. 6 lid 3 van de verordening (EG) nr. 1071/2009 is het volgens artikel 7e van de Wet op het wegvervoer mogelijk de betrouwbaarheidsstatus met een zogenaamde rehabilitatiemaatregel terug te krijgen. In de wetgeving is daarop het volgende van toepassing:

  1. Schrappen van een straf volgens art. 5 Voorwaarden om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen lid 2a;
  2. Schrappen van een vergrijp in de vorm van een inbreuk volgens bijlage IV van de verordening (EG) nr. 1071/2009 of bijlage I van de verordening (EG) van de Commissie nr. 2016/403;
  3. Afloop van een periode van één jaar vanaf het opleggen van de sancties in de vorm van een geldboete voor een vergrijp als inbreuk volgens bijlage IV van de verordening (EG) nr. 1071/2009 of bijlage I van de verordening (EG) van de Commissie nr. 2016/403;
  4. Opgelegde administratieve sancties voor inbreuken volgens bijlage IV van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 of bijlage I van de verordening (EU) nr. 2016/403 van de Commissie worden volgens art. 94b Schrappen van een geldboete zonder voorwerp;
  5. Afloop van een periode van één jaar vanaf het besluit of het opleggen van een onherroepelijke straf in een andere lidstaat van de EU of een lidstaat van de Europese Vrijhandelsassociatie (EFTA) tegen een partij uit de Europese Economische Ruimte voor een inbreuk volgens bijlage I van de Verordening (EU) van de Commissie nr. 2016/403.

Zoals te zien is, heeft het verlies van de betrouwbaarheidsstatus als vervoerondernemer verstrekkende gevolgen. Maar als een dergelijke beslissing in het nadeel van een bedrijf is, betekent dat niet dat het bedrijf definitief van de markt verdwijnt.